Nieuwendam

Aankoop van de werf te Nieuwendam

Hooite Wichers Meursing (1802-1847) koopt op 17 juni 1837 van Jan Goedkoop een oude verwaarloosde werf in Nieuwendam. Hij brengt zijn nog jonge zonen Wicher Hooite (16), Emmo (15) en Aalrik (12) naar Nieuwendam en voorziet ze van een meesterknecht en een huishoudster.

Des morgens om 6 uur ontwakende zagen wij voor ons op het Y de groote beroemde stad Amsterdam.  Toen stapten vader en zoons naar de Nieuwe Stadsherberg (gelegen op palen in het IJ en afgebroken in 1876 voor de aanleg van het Centraal Station, red.), lieten ons met een tolschuitje overvaren naar het Tolhuis, gingen over de Willemsluis en wandelden zoo naar Nieuwendam, waarvan de meeste huizen van hout en groen beschilderd waren.

Kroniek van Wicher Hooite

In een dubbel woonhuis op het werfterrein gaan de broers in het voorste gedeelte wonen, de zetbaas Tiemen Bok in het achterste deel.

De werf, inclusief gereedschap en grond, koste f 8000,- en voor extra grond en de bouw van een nieuwe loods werd f 7600,- uitgegeven.

Al in de zeventiende eeuw waren er één of meer kleine werfjes in Nieuwendam, het dorp aan de noord-oever van het IJ. De plaatsen waar het water uit de polder stroomde waren wat dieper en geschikt om een scheepshelling aan te bouwen. De inham aan het IJ werd ook al enkele eeuwen gebruikt om schepen te laten overwinteren. Dan werden er meteen allerlei werkzaamheden aan de schepen verricht, waardoor er werklieden in de scheepsbouw zich vestigden. Jan Goedkoop kocht in 1826, toen hij de lichterdienst op het Noord-Hollands kanaal pachtte, in Nieuwendam een stuk grond en ligplaatsen naast de scheepshelling waar hij zijn bakschuiten kon afmeren en herstellen en materialen kon opslaan.  Van een volwaardige scheepswerf was geen sprake.

De eerste jaren

Onder de naam Gebroeders Meursing worden op de werf in Nieuwendam schepen gerepareerd en later ook gebouwd. 

Wij hadden eerst wat reparatie van oude schepen, tjalken, beurtscheepjes en koffen, doch daar hadden wij niet genoeg aan en zoo werd voor eigen (vaders) rekening de kiel gelegd voor een galjoot van +/- 200 lasten die naderhand de naam kreeg van de Drie Broeders.

Kroniek van Wicher Hooite

Emmo keert in 1845 terug naar Groningen.

De succesjaren van W.H. & A.H. Meursing

Van 1847 tot 1874 is op de werf in Nieuwendam de scheepswerf W.H. & A.H. Meursing gevestigd.

Na het leggen van de kiel van een nieuw schip werd een bord geplaatst met de naam van het te bouwen schip. Als het schip te water was gelaten dan bevestigden de heren Meursing het bord aan het hek van de scheepswerf. In de loop van de jaren hingen er vier lange rijen scheepsnamen op het hek.

Aalrik alleen verder

De broers krijgen zakelijk en persoonlijk onoverbrugbare verschillen van inzicht  en gaan in 1874 uit elkaar. Aalrik krijgt de werf in Nieuwendam en Wicher Hooite zet de werf De Nachtegaal op het Bickerseiland voort.

Het einde van de werf

In 1885 loopt de clipper-bark, de Thorbecke VII, op de werf in Nieuwendam van stapel. Het blijkt het laatste schip te zijn dat onder leiding van Aalrik wordt gebouwd.

De werf in Nieuwendam gaat in 1899 over in handen van H. Bernhard en gaat dan ‘Het Jacht’ heten.

Print Friendly, PDF & Email