Zeilschepen

Op de werven van Meursing zijn voornamelijk zeilschepen gebouwd. In Hoogezand zijn dit aanvankelijk vooral houten kofschepen van minder dan 100 ton. In Amsterdam en Nieuwendam zijn brikken en barken van 200 tot 500 ton gebouwd en uiteindelijk composiet (houten huid op ijzeren spanten) clippers tot 1000 ton (en één stalen clipper van 2000 ton).

Alle zeilschepen zijn opgenomen in dit overzicht. Hieronder worden enkele representatieve en bijzondere zeilschepen die bij de werven van Meursing van stapel liepen beschreven.

Emergens, 1862

Op werf de Nachtegaal is in 1862 één van de eerste ijzeren zeilschepen gebouwd, de Emergens. De Emergens wordt na verkoop naar het buitenland in 1875 omgedoopt tot Presto.

Krantenbericht tewaterlating van de Emergens
Algemeen Handelsblad 8 augustus 1862
 Amsterdam (later Ardjoeno), 1873

Op de werf Concordia van de firma Meursing & Huijgens wordt in 1873 voor de rederij van Eeghen & Co het fregat Amsterdam te water gelaten. Het is het tot dan toe grootste schip dat op een werf van de Meursings wordt gebouwd: een composiet gebouwd schip van 1482 ton met drie masten, 2 dekken.

In 1887 wordt de Amsterdam verkocht aan de Firma A. Hendrichs & Co te Amsterdam waarbij het wordt omgedoopt tot Ardjoeno en aangepast tot bark.

Ardjoeno
Schilderij van de Ardjoeno door A. De Clerck, 1896

In 1899 wordt de Ardjoeno verkocht aan A. Hemmes Sr. in Emden in Duisland, en omgedoopt tot Silo. Drie jaar later, op 21 augustus 1902, verliest het schip in een storm gedeeltelijk de zeilen en ra’s en loopt andere schade op. Het is dan in ballast op weg van de Table Bay (Zuid-Afrika) naar Chemainus B.C. (westkust van Canada). Op 5 september 1902 werd het beschadigde schip de haven van Nagasaki binnengesleept en daar afgekeurd. Het schip heeft dan bijna 30 jaar dienst gedaan.

ardjoeno2
De Silo (voorheen Amsterdam, Ardjoeno) met averij.
Sindoro, Slamat (1875) en Smeroe (1878)

Tussen 1875 en 1878 zijn er door W. en A.H. Meursing drie barken gebouwd in opdracht van H. Hendrichs en Co. te Amsterdam. De Barken hebben de namen van drie Indische vulkanen Sindoro, Slamat en Smeroe.

Thorbecke’s I tot VII (1875-1885)

Vanaf het moment dat Aalrik Hooite Meursing, na het opbreken van de samenwerking met zijn broer Wicher Hooite in 1874, eigenaar is van de werf te Nieuwendam loopt hier een prachtige serie barken van de helling: Thorbecke I tot en met Thorbecke VII. De eerste vier zijn van hout, de laatste drie zijn composietbouw.

 

Willem Barentsz, 1878

In november 1877 bestelt het Hoofd-Comité  voor de IJszeevaart, waarin onder andere de directeur van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) professor Buys Ballot zitting had, bij de Amsterdamse scheepswerf Meursing & Huygens een schoener die Willem Barentsz werd gedoopt en in april 1878 werd opgeleverd. Het scheepje meet 78 ton, is 24 meter lang en speciaal voor de vaart in het ijs versterkt. Op 5 mei 1878 vertrekt de poolexpeditie van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap vanuit Amsterdam, de volgende dag vanuit IJmuiden.

tekenig-willem-barends-in-de-noordelijke-ijszee-aan-het-pakijs-gemeerd
Tekening van bemanningslid Gerrit Westerneng, 1878-1884. Scheepvaartmuseum Amsterdam
Tjerimai, 1883

De klipper-bark Tjerimai was het eerste schip dat Jan Frederik Meursing bouwde nadat hij de werf in 1882 overnam van zijn vader. Het liep op 8 maart 1883 van stapel voor de rederij A. Hendrichs & Co te Amsterdam, was opgetuigd als een bark met drie masten, woog 1013 (nieuwe) ton en had een grootste lengte van 57,4 m.  Op de foto op de homepage ligt het schip getuigd en bijna klaar voor de overdracht voor de werf de Nachtegaal.

520_de_tjerimai_arnold_de_lange_lan115
De Tjerimai in Indische wateren, door Arnold de Lange, 1988.

In 1898 werd het schip verkocht naar Fins-Rusland. In 1913 koopt Gustav Erikson de Tjerimai, waarvan hij de oorspronkelijke naam in ere herstelt. Het is het eerste schip van deze ondernemende Noor die van matroos opklimt tot reder met een grote vloot van zeilschepen waarmee hij, geheel tegen alle trends in, veel succes had.

Tjerimai met stormschade te Falmouth
De Tjerimai ligt met stormschade te Falmouth, 1895. Foto Scheepvaartmuseum Amsterdam.

Op 22 augustus 1925 komt de Tjerimai in aanvaring met de stoomtrawler IJmuiden 13 (de Christina Catharina), en zinkt 130 mijlen ten Noorden van Den Helder. De bemanning kon de reddingboot niet normaal te water laten. Deze sloeg direct om, waarna de bemanning een veilig heenkomen zocht op de omgekeerde reddingboot. Op kapitein Sjölund na, werden allen gered door de IJmuiden 13.

De Tjerimai, zeilend onder ballast, enkele weken voor de noodlottige ondergang in 1925.

De Tjerimai heeft 42 jaar gevaren en had nog best een tijdje mee gekund.

 Van Galen, 1891

De Van Galen is de laatste en verreweg de grootste clipper die van werf de Nachtegaal liep. Jan Frederik legde het bouwproces vast in een tiental haarscherpe foto’s. De Van Galen is in opdracht van de Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij N.V. in Amsterdam gebouwd. De eerste reis ging naar Australie.

Halfmodel van het barkschip Van Galen. Collectie Scheepvaartmuseum Amsterdam.

In 1897 is het schip verkocht aan rederij Wachsmuth & Krogmann in Hamburg en omgedoopt tot Thalassa. In 1912 wordt het schip verkocht aan rederij Marcussen & Jörgesen & Co., Grimstad in Noorwegen en daarna gaat het schip over in Deense handen, achtereenvolgens in 1917 naar A/S J. Knipschildt in Kopenhagen en in 1919 naar A/S Schach Steenberg & Co., Kopenhagen.

De Thalassa (Van Galen) wordt in 1923 in Duitsland gesloopt na 32 jaar in de vaart te zijn geweest.

In de jaren ’20 van de 20e eeuw kan de zeilvaart voor goederenvervoer en personenvervoer niet meer concurreren met de gemotoriseerde scheepvaart.
 

Print Friendly