Emmo Hooite Meursing (1822-1882)

 

Emmo Hooite Meursing, pasteltekening door Berend Kunst, 1857, particulier bezit (afgebeeld in Stikker, 1958).

Emmo Hooite Meursing is de oudste zoon van Hooite Wicher Meursing. Hij wordt geboren op 2 februari 1822 in Bunde (Oost Friesland, bij Nieuweschans net over de grens in Duitsland). Als hij ongeveer 6 jaar oud is verhuist het gezin naar Hoogezand.

Tot hij als 15 jarige jongen met zijn broers naar Nieuwendam gaat om het vak van scheepsbouwer te leren en een werf te leiden (zie onder Hooite Wicher Meursing) is er niets over hem bekend. 

Vanaf 1837 werkt Emmo met zijn broers in Nieuwendam samen, maar in 1847 gaat hij weer terug naar Hoogezand. Wicher en Aalrik blijven op de werf in Nieuwendam. Helemaal vrijwillig was dit niet, zoals blijkt uit de kroniek van zijn broer Wicher.

 

 

 

“Toen wilde vader een zijner zoons weer terug naar het Hoogezand hebben. Ik (Wicher red.) had er geen zin in want hij was veel te lastig en opvliegend. Het was om daar ook een werf aan te leggen. Toen vroeg hij mij wat ik van Emmo dacht; ik zeide dat hij daar nog niet regt bekwaam voor was maar Emmo wilde wel en toen gebeurde het.
Emmo ging eerst bootjes van hout maken, vader gaf hem een knecht die daarvoor niet bekwaam was en zoo ging het al dadelijk niet goed. Inmiddels werd er voor Emmo een werf aangelegd tegenover de Ankersmit en naderhand kreeg hij in de stad Groningen er nog een werf bij, veel geraas maar niets goeds. Hij ging trouwen met een juffer Eppens van Nieuwolda en bouwde schoeners en naderhand ook ijzeren schepen.”

Emmo heeft dus een scheepswerf in Hoogezand en koopt rond 1852 ook een werf in Groningen, buiten de Kranenpoort (Scheepswerf De Buitenwerf). Hier worden onder meer een aantal houten schoener-brikken gebouwd. Hij was een van de eerste scheepsbouwers die de schoener in Groningen introduceerde, het scheepstype dat daar tot omstreeks 1920 het belangrijkste scheepstype zou zijn.

Van de 153 schoeners die op Groninger werven werden gebouwd in de periode 1850-1860 nam Emmo Meursing er 18 voor zijn rekening. Van zijn werven in Hoogezand en Foxhol zijn 28 schepen bekend uit de periode 1850-1864. Emmo was daarnaast ook reder.

Heike Eppens, pasteltekening door Berend Kunst, 1857, particulier bezit (afgebeeld in Stikker, 1958).

Op 2 november 1848 trouwt Emmo in Hoogezand met Heike Eppens. Zij krijgen 6 kinderen waarvan er 4 jong sterven. Na de geboorte van hun zesde kind sterft Heike op 4 oktober 1857.

In 1850 komt de schoener Josina Louisa van 113 ton, gebouwd voor kapitein T.H. Mellema van

Schiermonnikoog die voer voor rederij Meijes te Amsterdam, bij Emmo Meursing van de helling. De schoener is een voor de combinatie van snelheid en laadvermogen gebouwd schip met scherpe stevens en was getuigd met gaffel-, gaffeltop- en stagzeilen. Met de toename van de handel op de Oostzee in 1847 is de schoener voor veel Groningse kapiteins en reders een aantrekkelijke aanschaf. In Groningen worden in 1849 de eerste schoeners op stapel gezet, Emmo volgt dus een jaar later.
De schoener blijft tot 1920, wanneer de motorkustvaarder het definitief de zeilschepen verdringt, het belangrijkste scheepstype dat in Groningen wordt gebouwd. 

In 1855 heeft Emmo 45 knechten in dienst, hetzelfde aantal als scheepsbouwer Ipe Annes Meursing. Zij zijn daarmee de werven met het grootste aantal arbeiders in Hoogezand. De jaren daarna loopt dat nog op door de grote vraag naar nieuwe schepen.

In 1855 ging hij met A.M. Prins een aparte vennootschap aan voor de bouw van ijzeren schepen, waarvan de eerste in 1856 te water werd gelaten. Deze onderneming werd geen groot succes omdat de Groningse schippers – behoudend als zij waren – huiverig waren voor het gebruik van ijzeren schepen.
Het verhaal gaat dat het eerste ijzeren schip dat hij bouwde in 1860 prompt zonk. Het werd gelicht en vol zand gestopt om de lekkende naden te laten roesten (Nieuwsblad van het noorden, 3 maart 1960).

Bericht van oprichting van de Firma Meursing en Prins. Nederlandse Staatscourant 20 maart 1855.

In 1859 trouwt Emmo op 37 jarige leeftijd met Dirkje Smit uit Alblasserdam, waar zij ook gaan wonen. Dirkje is de dochter van scheepsbouwer en reder Cornelis Jansz Smit (1785-1858), een telg uit een roemrijk scheepsbouwersgeslacht. Zij krijgen samen één dochter, Neeltje Cornelia Meursing  (1860-1921).

Opregte Haarlemsche Courant, 2 mei 1859.

De band met de familie Smit heeft ook voor de broers Wicher en Aalrik voordelen, zo blijkt uit de kroniek van Wicher.

“Er is veel oud werk geweest van de Erven C. Smit van Alblasserdam, omdat wij een broeder Emmo getrouwd hadden met mej. Dirkje Smit.”

 Emmo krijgt de leiding over een steenfabriek van zijn schoonvader.

 

Print Friendly, PDF & Email